Foto vrienden school – Flickr

Leerlingen met vrienden op school zijn vaker lieverdjes

Spijbelen, te laat komen en ruziemaken met leraren. Wie op school vrienden heeft, laat minder snel dit soort probleemgedrag zien dan wie vrienden heeft daarbuiten. Dat blijkt uit promotieonderzoek van sociologe Sara Geven van de Universiteit Utrecht, die gebruikmaakte van data uit het YES!-onderzoek.

Tekst: Maarten Dallinga

Twee klassen. De leerlingen van de eerste gehoorzamen vrijwel direct als een leraar zegt dat het stil moet zijn. Die van de andere klas blijven gewoon doorkletsen, onafhankelijk van wie de docent is. Hoe kan zoiets? Dat vroeg Sara Geven (28) zich zes jaar geleden af, toen ze scholen bezocht om daar leerlingen te enquêteren voor het YES!-onderzoek.

“Ik wilde weten: hoe ontstaat dat verschil in dynamiek? Heeft de ‘sociale inbedding’ van jongeren op school er misschien mee te maken, dus met wie ze omgaan?” Dat heeft Geven de afgelopen vier jaar onderzocht en 30 september 2016 promoveerde ze. Ze ontdekte opmerkelijke dingen.

Wat viel je het meest op aan eerder onderzoek?
“Oude studies verbinden probleemgedrag vooral aan verschillen tussen sociale klassen. Volgens sommige onderzoeken keren leerlingen met lager opgeleide ouders en leerlingen behorend tot etnische minderheden zich bijvoorbeeld vaker tegen school. Wat ik interessant vond: er zijn jongeren uit dezelfde sociale klasse die zich in de ene klas keurig gedragen en in de andere voor problemen zorgen. Hoe kan dat? Blijkbaar speelt niet alleen iemands sociale achtergrond mee.”

Maar was hier nog helemaal geen onderzoek naar gedaan?
“Relaties tussen leerlingen zijn wel eerder bestudeerd, maar mijn studie is een van de eerste waarin wordt gekeken of vriendschappen van leerlingen kunnen verklaren dat sommigen meer probleemgedrag op school vertonen dan anderen.”

Geven gebruikte voor haar onderzoek niet alleen gegevens van het Nederlandse YES!-onderzoek, maar ook van de YES!-enquêtes in Duitsland, Engeland en Zweden. Ze bestudeerde informatie van zo’n 18.000 jongeren tussen de twaalf en vijftien jaar oud. De ondervraagde leerlingen gaven aan wie hun vrienden zijn en hoe ze zich op school gedragen.

Je ontdekte dat wie op school vrienden heeft, bijvoorbeeld minder spijbelt.
“Ja, wie op school vrienden heeft, laat minder snel probleemgedrag zien dan wie voornamelijk vrienden heeft buiten school. Dat komt vermoedelijk doordat er een sterkere binding is met school. Daarbij doet het er niet toe of vrienden in dezelfde klas zitten.”

Maar vrienden kunnen elkaar toch ook negatief beïnvloeden?
“Ja, dat blijkt ook uit mijn onderzoek, maar het is waarschijnlijk – opnieuw vanwege die binding – over het algemeen nog altijd beter om op school ‘foute’ vrienden te hebben dan daarbuiten of dat je op school helemaal geen vrienden hebt. Maar er is wel vervolgonderzoek nodig. Het is nog niet helemaal zeker dat het hebben van vrienden op school leidt tot minder probleemgedrag. We weten nu dat er een positief verband is tussen vriendschappen op school en probleemgedrag, maar het zou ook nog zo kunnen zijn dat jongeren die zich (relatief) netjes gedragen, op school gewoon eerder vrienden maken. Er is dus een relatie, maar hoe die precies loopt moet nog verder worden uitgezocht.”

Ook heb je gekeken naar verschillen op het gebied van etniciteit. Wat is je belangrijkste conclusie?
“Ik ontdekte dat leerlingen die omringd worden door medeleerlingen met dezelfde etnische achtergrond, vaker vrienden hebben op school dan jongeren op meer gemixte scholen. Je sluit sneller vriendschap met iemand die een beetje op jezelf lijkt en tussen leerlingen op gemixte scholen is soms een grote afstand. Vermoedelijk is dit een belangrijke reden dat op scholen met meer etnische diversiteit meer probleemgedrag voorkomt: jongeren hebben daar een minder sterke band met school, doordat ze er minder vrienden hebben.”

Op het bestaan van ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen is vaak kritiek. Blijkt uit jouw studie dat ze ook een goede kant hebben?
“Dit soort scholen staan vaak in een negatief daglicht en mijn onderzoek nuanceert het beeld een beetje. Maar tegelijkertijd laat mijn studie zien dat het misschien goed is om meer te investeren in integratie, zodat leerlingen meer mixen en de overeenkomsten onderling groter worden. Dan ontstaan er op scholen met meer etnische diversiteit waarschijnlijk eerder vriendschappen tussen leerlingen met verschillende achtergronden. Dat is vermoedelijk dus goed als je probleemgedrag wilt voorkomen.”

Nog meer lezen over het onderzoek van Sara Geven?

Wie is…
saraimg_20160919_103046
Sara Geven (Nijmegen, 26 oktober 1987) voltooide het vwo op de Nijmeegse Scholengemeenschap Groenewoud. Daarna deed ze een bachelor sociologie aan de Universiteit Maastricht (cum laude afgerond), gevolgd door een onderzoeksmaster sociologie aan de Universteit Utrecht (ook cum laude). Sinds juli 2016 werkt ze aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek doet naar onderwijsongelijkheid.

Het YES!-onderzoek
Het YES!-onderzoek (Youth in Europe Survey) is een unieke wetenschappelijke studie, die inzicht geeft in het leven van Nederlandse jongeren en hun opvattingen. Centraal in dit academische, representatieve onderzoek staan ruim zevenduizend jongeren van meer dan honderd middelbare scholen. De deelnemers beantwoorden vragen over thema’s als sociale netwerken, etnische diversiteit, politiek, veiligheid, gezondheid, school, werk en vrije tijd. In 2011 begon de Universiteit Utrecht met het YES!-onderzoek en in 2017 is de laatste onderzoeksronde. Veel jongeren doen sinds hun veertiende of vijftiende jaarlijks mee. Geen enkele andere studie in Nederland volgt zo’n grote groep jongeren zo’n lange periode. En ook hun ouders hebben vragen beantwoord. Zo ontstaat een waardevol en uniek beeld door de tijd. Een rijke bron van informatie, voor bijvoorbeeld wetenschappers en beleidsmakers. En doordat het YES!-onderzoek ook in Duitsland, Engeland en Zweden is uitgevoerd, is het eveneens mogelijk om landen met elkaar te vergelijken. Op de hoogte blijven? Volg ons op Facebook en Twitter.

Lees ook: Is jouw Facebook-profiel openbaar?

Foto: Tanyaboza (Creative Commons Attribution 2.0 Generic).