computerlokaal www.flickr.com:photos:ter-burg:5207819250:in:photostream:

Zo geven scholen invulling aan burgerschapsonderwijs

Middelbare scholen die in verkiezingstijd schaduwverkiezingen houden: dat komt relatief weinig voor. Een bezoek aan de Tweede Kamer en het houden van debatten is een stuk populairder. Dat blijkt uit een inventarisatie van Manja Coopmans van de Universiteit Utrecht en Pieter Baay van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs. Zij brachten met YES!-gegevens burgerschapsonderwijs buiten de klas in kaart.

Tekst: Maarten Dallinga

Zo’n zestig middelbare scholen in Nederland beantwoordden voor het YES!-onderzoek vragen over activiteiten die buiten de lessen om worden georganiseerd op het gebied van burgerschap. Sinds 2006 zijn scholen volgens de wet verplicht om daar aandacht aan te besteden.

Dat betekent dat ze leerlingen moeten leren hoe de maatschappij in elkaar steekt. Wat betekent het bijvoorbeeld dat we in een democratische rechtsstaat leven? Ook is het de bedoeling dat jongeren via burgerschapsonderwijs gestimuleerd worden om na te denken over hun eigen rol in de samenleving. Hoe ga je bijvoorbeeld om met mensen die een heel andere mening hebben dan jij? Uiteindelijk doel is dat jongeren later maatschappelijk betrokken burgers worden. (Meer lezen?)

Sociologe Manja Coopmans, promovenda aan de Universiteit Utrecht, maakte een overzicht van burgerschapsactiviteiten die scholen organiseren. Dat deed zij samen met collega-onderzoeker Pieter Baay, ook gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht en nu werkzaam bij het Expertisecentrum Beroepsonderwijs, kortweg ecbo. “Daarbij hebben we ook gekeken naar verschillen tussen type scholen”, vertelt Coopmans. “Doen vmbo-scholen bijvoorbeeld andere dingen dan vwo’s? En zijn er verschillen tussen scholen in grotere of kleinere gemeenten?”

Nauwelijks schaduwverkiezingen op vmbo
Uit de inventarisatie blijkt dat ongeveer driekwart van de middelbare scholen een leerlingenraad heeft. De helft van deze scholen houdt hiervoor verkiezingen. Grotere scholen hebben vaker een leerlingenraad.

Ook lieten scholen weten of ze schaduwverkiezingen organiseren. Daarbij wordt de politieke voorkeur van leerlingen gepeild – natuurlijk actueel vanwege de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart. Dit soort verkiezingen blijken relatief impopulair: slechts 31 procent van de middelbare scholen houdt ze. Coopmans: “Daarbij valt op dat maar zes procent van de vmbo-scholen van de niveaus basis en kader verkiezingen organiseren, tegenover bijna zestig procent van de havo-scholen. Vmbo-scholen bieden wel vaker het verdiepende keuzevak Maatschappijleer 2 aan, waarin burgerschap ook aan bod komt. Het zou kunnen dat deze scholen meer focussen op burgerschap binnen de klas.”

Veel vaker worden debatten gehouden (64 procent van de scholen) en bezoekjes gebracht aan de Tweede Kamer (60 procent). Op vwo-scholen worden het vaakst debatten georganiseerd (83 procent) en vwo’ers brengen, samen met havisten, ook het vaakst een bezoek aan de Tweede Kamer (67 procent). “Opvallend is verder dat 85 procent van de scholen in de vier grote steden excursies naar het parlement organiseren, tegenover 56 procent van de scholen in kleine gemeenten”, zegt Coopmans. “Mogelijk speelt de reisafstand daarbij een rol.”

Berlijn favoriet
Middelbare scholen werden ook gevraagd naar andere activiteiten die buiten de klas worden gehouden, om zo een completer beeld te krijgen. Hieruit blijkt dat 82 procent van de scholen buitenlandse excursies organiseert. Vwo’ers gaan het vaakst op excursie (92 procent). Duitsland is de populairste bestemming en meestal gaat de reis naar Berlijn. “Opmerkelijk is dat maar de helft van de scholen in de vier grote steden buitenlandexcursies organiseert”, zegt Coopmans, “vergeleken met 92 procent van de scholen in kleine gemeenten.”

Iets minder dan een derde van de scholen verzorgt uitwisselingen met het buitenland. Ook in dit geval is Duitsland favoriet. Leerlingen van grotere scholen gaan vaker op reis. Wat Coopmans betreft worden vaker uitwisselingen georganiseerd: “Omgaan met leeftijdsgenoten uit andere landen is zeer waardevol, je kunt daarvan leren.” Ander onderzoek laat trouwens zien dat grote scholen financiële voordelen hebben, dus mogelijk kunnen zij makkelijker uitwisselingen organiseren.

Vervolgonderzoek
Volgens Coopmans zijn de uitkomsten van het onderzoek erg waardevol: “We kunnen nu gaan bekijken wat de relatie is tussen het aanbod van scholen en de ontwikkeling van hun leerlingen, zowel op de korte als de lange termijn. Van elke onderzochte school hebben minimaal twee klassen aan YES! meegedaan, vaak gedurende meerdere jaren.”

“Doordat we nu informatie kunnen koppelen is uniek vervolgonderzoek mogelijk. Doen jongeren die meer burgerschapsonderwijs hebben gevolgd bijvoorbeeld meer vrijwilligerswerk? Wat heeft het gedaan met hun belangstelling voor de politiek? Als je dit soort vragen kunt beantwoorden, kun je veel meer zeggen over het nut van extra activiteiten.”

Welke burgerschapsactiviteiten organiseren middelbare scholen buiten de klas?

Activiteit %
Leerlingenraad 74
Debatten 64
Bezoek aan Tweede Kamer 60
Schaduwverkiezingen 31

De volledige verkenning van het CILSNL Citizenship Education 2010-2011-project vind je hier.

Lees ook dit rapport van de Inspectie van het Onderwijs over burgerschapsonderwijs en de maatschappelijke stage (februari 2017).

Wie is…
Manja Coopmans (Nijmegen, 1989) ontving in 2007 haar vwo-diploma op het Kandinsky College in Nijmegen. Vervolgens startte ze met een bachelorstudie pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht, die ze in 2010 afrondde. In 2013 behaalde ze in Utrecht haar mastertitel voor een studie op het gebied van migratie en de multiculturele samenleving. Sinds 2013 werkt Coopmans als promovenda aan de Universiteit Utrecht. Haar promotieonderzoek gaat over de rol van nationale herdenkingen en vieringen in de Nederlandse samenleving, dat ze uitvoert in samenwerking met het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ze is vooral geïnteresseerd in de deelname onder Nederlandse jongeren met een migratieachtergrond.

Het YES!-onderzoek
Het YES!-onderzoek (Youth in Europe Survey) is een unieke wetenschappelijke studie, die inzicht geeft in het leven van Nederlandse jongeren en hun opvattingen. Centraal in dit academische, representatieve onderzoek staan ruim zevenduizend jongeren van meer dan honderd middelbare scholen. De deelnemers beantwoorden vragen over thema’s als sociale netwerken, etnische diversiteit, politiek, veiligheid, gezondheid, school, werk en vrije tijd. In 2011 begon de Universiteit Utrecht met het YES!-onderzoek en in 2017 is de laatste onderzoeksronde. Veel jongeren doen sinds hun veertiende of vijftiende jaarlijks mee. Geen enkele andere studie in Nederland volgt zo’n grote groep jongeren zo’n lange periode. En ook hun ouders hebben vragen beantwoord. Zo ontstaat een waardevol en uniek beeld door de tijd. Een rijke bron van informatie, voor bijvoorbeeld wetenschappers en beleidsmakers. En doordat het YES!-onderzoek ook in Duitsland, Engeland en Zweden is uitgevoerd, is het eveneens mogelijk om landen met elkaar te vergelijken.

Lees ook: 5 vragen over YES! in 2017.

Foto: Sebastiaan ter Burg (Creative Commons Attribution 2.0 Generic).