foto maartje boer

Denken jongeren anders over moslims door het nieuws?

Media, zoals kranten en nieuwssites, berichten geregeld negatief over moslims of de islam. Sociologe Maartje Boer van de Universiteit Utrecht onderzocht met behulp van YES!-gegevens wat dit soort media-aandacht doet met de houding van autochtone jongeren ten opzichte van moslims.

Tekst: Maarten Dallinga

Een bericht op de website van de NOS, van 17 augustus 2017: ‘Dertien doden bij aanslag met busje in Barcelona, IS eist aanslag op’. En op 16 januari dit jaar kopte De Telegraaf: ‘Twee Jihadgangers opgepakt op Schiphol’.

Het is zomaar een greep. “Er is heel veel media-aandacht rond moslims en die aandacht is vaak negatief”, zegt Boer. Samen met professor sociologie Frank van Tubergen, ook van de Universiteit Utrecht, deed zij hier uitgebreid onderzoek naar. Ze keken naar berichtgeving over moslims en de islam en naar wat de invloed hiervan is op hoe autochtone jongeren over moslims denken.

Was hier nog geen onderzoek naar gedaan?
“Nee, voor zover bekend niet specifiek naar de reactie op mediaberichtgeving over moslims”, vertelt Boer. “Wel concludeerden eerdere studies stuk voor stuk dat moslims veel negatief in het nieuws komen. Dat heeft vooral te maken met terreur of criminaliteit.” De aanslagen van 11 september 2001 op onder meer de Twin Towers in New York betekenden volgens Boer een kantelpunt: “Vanaf dat moment steeg de negatieve berichtgeving over moslims en de islam.”

Wat waren je verwachtingen toen je je onderzoek begon?
“Onze hypothese was dat autochtone jongeren die worden geïnterviewd kort nadat er veel berichtgeving is geweest over moslims, negatiever denken over deze mensen dan jongeren die worden geïnterviewd wanneer er weinig media-aandacht rond moslims is. Ook verwachtten we dat berichtgeving over moslims zou leiden tot negatievere gedachten over andere niet-westerse bevolkingsgroepen.”

Voor haar onderzoek maakte Maartje Boer gebruik van gegevens uit het YES!-onderzoek, verzameld in 2014, 2015 en 2016. Hierbij ging het telkens om ongeveer 2.700 jongeren. Ze selecteerde alleen antwoorden van jongeren met Nederlandse ouders, “want ik was benieuwd naar de mening van deze groep”.

De jongeren werd gevraagd wat ze van moslims vinden en die antwoorden koppelde Boer vervolgens aan de media-aandacht voor moslims vlak voorafgaand aan het enquêtemoment. Daarbij werd aangenomen dat het niet uitmaakt wanneer jongeren niet zelf de krant of een nieuwssite lezen. Eerder is namelijk gebleken dat je ook door nieuws kunt worden beïnvloed als je het niet zelf volgt, doordat nieuws vaak wordt verspreid onderling.

Hoe had je het onderzoek verder opgezet?
“We hebben voor de onderzochte jaren dus de berichtgeving over moslims in kaart gebracht en daarvoor is een innovatieve methode gebruikt. Voorheen werden vaak handmatig kranten doorzocht, op basis van zoektermen. Dat kost veel tijd en kan foutgevoelig zijn. Daarom besloot ik zelf een computerprogrammaatje te schrijven. Daarmee heb ik de zoektocht volledig kunnen automatiseren. Ik heb een zogeheten webscraper in een online krantendatabank laten zoeken naar berichtgeving over moslims.”

Maar jongeren lezen toch helemaal geen kranten?
“Dat is gedeeltelijk waar, maar toch heb ik bewust niet gekeken naar bijvoorbeeld nieuwssites. Bij de gebruikte online krantendatabank kon ik namelijk ook informatie naar boven halen over de plek van een artikel. Dus stond het bijvoorbeeld op de voorpagina? Dat zegt veel over hoe groot nieuws was. Daarnaast kun je er wel redelijk van uitgaan dat nieuws in kranten grotendeels overeenkomt met nieuws op bijvoorbeeld Nu.nl.”

Tot welke conclusie ben je gekomen?
“Wat blijkt is dat de jongeren die werden geïnterviewd op een dag met veel media-aandacht voor moslims, negatiever dachten over deze groep dan de jongeren die aan het onderzoek meededen op een dag dat er weinig berichtgeving over moslims was. Veel mediaberichtgeving lokt bij jongeren dus een directe reactie uit, blijkt uit onze studie. We weten echter niet of het gaat om een blijvend effect, dat is een interessante vraag voor vervolgonderzoek.”

Wie is…
Maartje Boer (Wageningen, 1990) rondde in 2011 haar bachelorstudie rechten af aan de Hogeschool Utrecht. Daarna is zij algemene sociale wetenschappen gaan studeren aan de Universiteit Utrecht, waarvoor zij in 2014 haar masterdiploma ontving. Om zich verder te ontwikkelen als onderzoeker, startte zij in 2015 een onderzoeksmaster sociologie, die zij in 2017 afrondde. Sinds vorig jaar werkt Maartje bij de Universiteit Utrecht en voert zij promotieonderzoek uit naar veelvuldig gebruik van sociale media door jongeren, waarbij ze zich richt op de oorzaken en gevolgen daarvan. 

Het YES!-onderzoek
Het YES!-onderzoek (Youth in Europe Survey) is een unieke wetenschappelijke studie, die inzicht geeft in het leven van Nederlandse jongeren en hun opvattingen. Centraal in dit academische, representatieve onderzoek staan ruim zevenduizend jongeren van meer dan honderd middelbare scholen. De deelnemers beantwoordden vragen over thema’s als sociale netwerken, etnische diversiteit, politiek, veiligheid, gezondheid, school, werk en vrije tijd. In 2011 begon de Universiteit Utrecht met het YES!-onderzoek en in 2017 was de laatste onderzoeksronde. Veel jongeren deden sinds hun veertiende of vijftiende jaarlijks mee. Geen enkele andere studie in Nederland volgde zo’n grote groep jongeren zo’n lange periode. En ook hun ouders hebben vragen beantwoord. Zo is een waardevol en uniek beeld door de tijd ontstaan. Een rijke bron van informatie, voor bijvoorbeeld wetenschappers en beleidsmakers. En doordat het YES!-onderzoek ook in Duitsland, Engeland en Zweden is uitgevoerd, is het eveneens mogelijk om landen met elkaar te vergelijken.

Lees hier meer artikelen.