20180125_094048(0)

Een schat aan informatie, dankzij jou

Wie in de afgelopen jaren heeft meegedaan aan het YES!-onderzoek, heeft daarmee vele wetenschappelijke studies mede mogelijk gemaakt. Op een congres in Utrecht deelden onderzoekers uit verschillende Europese landen hun bevindingen.

Tekst: Maarten Dallinga

In het Academiegebouw aan het Utrechtse Domplein is de voertaal vandaag Engels. Het is een woensdag in januari en de eerste dag van een internationale conferentie over het YES!-onderzoek, georganiseerd door de afdeling sociologie van de Universiteit Utrecht. Enkele tientallen wetenschappers uit onder meer Nederland, België, Duitsland, Italië, Noorwegen en Spanje hebben zich verzameld in het oudste gebouw van de Universiteit Utrecht – in hartje binnenstad.

Ruim tien onderzoekers uit de sociale wetenschap laten vandaag aan hun collega’s zien wat zij te weten zijn gekomen na onderzoek op basis van gegevens uit het YES!-onderzoek. Deze grootschalige studie onder duizenden jongeren begon in 2011, in Nederland, Duitsland, Engeland en Zweden. Het Nederlandse deel werd uitgevoerd door sociologen van de Universiteit Utrecht en afgelopen jaar was hier de laatste onderzoeksronde.

Landen met elkaar vergelijken
Hoogleraar sociologie Frank van Tubergen van de Universiteit Utrecht vertelt tijdens een korte inleiding in het Academiegebouw meer over de unieke aspecten van het YES!-onderzoek. Op veel verschillende terreinen geeft de Youth in Europe Survey inzicht in het leven van Europese jongeren en hun opvattingen. De deelnemers beantwoordden vragen over thema’s als vriendschappen, etnische diversiteit, politiek, veiligheid, gezondheid, school, werk en vrije tijd. Doordat het YES!-onderzoek niet alleen in Nederland is uitgevoerd, is het bovendien mogelijk om landen met elkaar te vergelijken. Later sloten België en Noorwegen ook aan.

Veel jongeren deden sinds hun veertiende of vijftiende jaarlijks mee en daardoor is een waardevol beeld door de tijd ontstaan. In Nederland waren er ruim zevenduizend deelnemende jongeren. Geen enkele andere studie in Nederland volgde zo’n grote groep jongeren zo’n lange periode.

Lid van een club
Bij de verschillende onderzoeksrondes van YES! is veel aandacht uitgegaan naar migrantengroepen. Op basis van de verzamelde data doet Lisa Sauter van de Universiteit van Mannheim momenteel onderzoek naar Duitse migranten die lid zijn van een club of vereniging. Ze vertelt erover in een van de historische zalen van het Academiegebouw. Sauter wil graag weten of zo’n lidmaatschap ervoor zorgt dat deze jongeren vaker autochtone vrienden hebben dan migrantenjongeren die niet lid zijn van een club of vereniging.

Sauter gebruikt hiervoor gegevens van ruim achthonderd migranten in Duitsland en daarbij kijkt ze naar de verschillen tussen het veertiende en twintigste levensjaar. Op basis van de eerste resultaten is haar voorzichtige conclusie dat lidmaatschap van bijvoorbeeld een sportvereniging inderdaad leidt tot het hebben van meer autochtone vrienden. Maar meer onderzoek is nodig om er met meer zekerheid iets over te kunnen zeggen.

Dat is hoe het met wetenschappelijk onderzoek gaat: je kunt niet zomaar iets bewijzen, het is ingewikkeld en kost tijd. Een van de doelen van dit congres is daarom dat onderzoekers elkaar helpen door bijvoorbeeld tips te geven. Dat gebeurt dan ook veelvuldig.

Politieke interesse
Een ander opvallend onderzoek is dat van Gema García Albacete van de Universiteit Carlos III in Madrid. Zij onderzocht met behulp van YES!-gegevens uit meerdere landen de interesse van jongeren met een migratieachtergrond in politiek. Politieke interesse is volgens haar namelijk de belangrijkste voorspeller van politieke participatie.

Van tevoren dacht García Albacete dat migrantenjongeren misschien wel minder geïnteresseerd zijn in de politiek van het land waar ze wonen dan autochtonen, omdat ze vaker gediscrimineerd worden. Daarom zouden ze zich mogelijk meer terugtrekken in hun eigen milieu dan autochtonen dat doen. Maar haar voorlopige conclusie is juist dat de eerste en tweede generatie allochtonen over het algemeen meer geïnteresseerd zijn in politiek dan autochtonen.

Twee culturen
Even later vertelt Judit Kende van de Universiteit van Amsterdam en de KU Leuven voor een geïnteresseerd publiek over haar onderzoek naar immigrantenjongeren die leven ‘tussen twee culturen’: aan de ene kant horen ze bij een minderheidsgroep (de immigranten), aan de andere kant hebben ze ook contact met de meerderheid (autochtonen). En door leden van die meerderheid worden ze soms gediscrimineerd, maar tegelijkertijd zijn ze er soms ook mee bevriend.

Hoe gaan immigranten met deze situatie om? Kende bestudeerde voor antwoorden gegevens van 1.200 Turkse en Marokkaanse Belgen van 65 middelbare scholen. Ze ontdekte dat migrantenjongeren met autochtone vrienden vaker meer afstand nemen van hun ‘eigen’ minderheidsgroep dan migrantenjongeren zonder autochtone vrienden, en daardoor verliezen ze belangrijke sociale steun. Maar dit gebeurt alleen als migrantenjongeren ook slachtoffer zijn van discriminatie. Juist dan nemen ze dus meer afstand van de eigen minderheidsgroep. Kende vindt daarom dat scholen al hun leerlingen gelijk moeten behandelen.

Het YES!-onderzoek heeft tientallen, zo niet honderden mappen vol gegevens opgeleverd. Het is een rijke bron van informatie. Niet alleen voor wetenschappers wereldwijd, maar ook voor bijvoorbeeld beleidsmakers. De betrokken sociologen van de Universiteit Utrecht hopen dan ook dat de YES!-gegevens de komende jaren nog veel gebruikt zullen gaan worden. De informatie wordt daarom zo veel mogelijk openbaar beschikbaar gemaakt. Zodat er nog meer inzicht zal ontstaan in hoe jongeren in Europa denken en doen.

Lees hier meer artikelen.