meisje www.flickr.com:photos:ter-burg:5207822130

Waarom Fatima wel/niet met Lars date

Het klinkt misschien niet zo romantisch, maar met wie jongeren daten wordt deels bepaald door hun ouders. En bij meisjes is die invloed het grootst. Dat concludeert sociologe Pascale van Zantvliet van de Universiteit Utrecht op basis van gegevens uit het YES!-onderzoek.

Tekst: Maarten Dallinga

De liefde, dat is waar Pascale van Zantvliet op de universiteit onderzoek naar doet. De sociologe probeert meer inzicht te krijgen in hoe relaties ontstaan: wie met wie verkering heeft en waarom.

Voor haar proefschrift bestudeerde Van Zantvliet de partnerkeuze van allochtone jongeren en de invloed van hun ouders daarop. Ze gebruikte gegevens van het YES!-onderzoek over Nederlandse jongeren, maar ook van jongeren uit Duitsland, Engeland en Zweden.

In totaal analyseerde ze informatie over bijna 19.000 jongens en meisjes, van gemiddeld veertien jaar oud. Zij lieten onder meer weten of ze op dat moment een partner hadden en gaven informatie over zijn of haar etnische achtergrond. Ook gebruikte de onderzoekster gegevens van ouders, want ook die beantwoordden vragen.

Niet gelovig of christen?
Van Zantvliet ontdekte dat jongeren met een migratieachtergrond onder meer worden beïnvloed in hun partnerkeuze door de religieuze overtuiging van hun ouders. Dat komt ten eerste doordat ouders hun geloof op hun kinderen overdragen; ten tweede kunnen ouders een relatie expliciet afkeuren als ze het idee hebben dat die niet bij hun geloofswaarden past.

Wat dit in de praktijk bijvoorbeeld betekent? “Dat allochtone meisjes met islamitische ouders minder vaak een relatie hebben met een autochtoon dan allochtone meisjes met niet-islamitische ouders.” Reden volgens Van Zantvliet: de meeste autochtonen zijn niet gelovig of christen. “Daarmee sluit hun levensbeschouwelijke overtuiging waarschijnlijk niet aan op de religieuze voorkeur van islamitische meisjes.”

Uit analyses van de YES!-gegevens blijkt dat de invloed van ouders op de relatiekeuze van allochtone jongeren bij meisjes het grootst is. “We zien dat zij over het algemeen minder vrij worden gelaten dan jongens, vooral in islamitische kring.” Uitgedrukt in cijfers: de kansverhouding dat een allochtoon meisje van christelijke ouders date met een autochtoon in plaats van een allochtoon, is ongeveer drie keer groter dan dat een allochtoon meisje van islamitische ouders dat doet.

Gemixt setje
Naast religie speelt de integratie van ouders een rol. Zo maakt het uit of je ouders wel of niet een gemixt setje vormen. Als maar een van je ouders een buitenlandse achtergrond heeft, is de kansverhouding dat je date met een autochtoon bijna tweeënhalf keer zo groot vergeleken met de kansverhouding dat een dochter of zoon van twee migrantouders dit doet.

Ook ontdekte Van Zantvliet dat het opleidings- en carrièreniveau van ouders uitmaakt. Allochtone jongeren met hoger opgeleide ouders hebben vaker een relatie met een autochtoon dan allochtonen met lager opgeleide ouders. “Dat kan onder meer komen doordat hoger opgeleide ouders hun kinderen over het algemeen vrijer laten in hun partnerkeuze. Daardoor is er minder druk om een partner binnen de eigen groep te zoeken.”

Zijn dit gewoon allemaal leuke feitjes, of is het belang van dit onderzoek groter? Van Zantvliet: “Met wie jongeren een romantische relatie aangaan, is een belangrijke graadmeter voor de mate waarin zij openstaan voor langdurig persoonlijk contact met andere groepen.” Je partnerkeuze zegt dus iets over je integratie. Volgens de sociologe is het belangrijk om daar inzicht in te hebben, want als allochtonen en autochtonen met elkaar omgaan ‘kan dat bijvoorbeeld zorgen voor minder vooroordelen.’ Ook presteren goed geïntegreerde mensen beter op de arbeidsmarkt.

Tweerichtingsverkeer
Voor haar promotieonderzoek keek Van Zantvliet alleen naar de partnervoorkeur van allochtonen. Inmiddels is ze gestart met vervolgonderzoek: “We willen nu vanuit de andere richting kijken: in hoeverre autochtone jongeren eigenlijk openstaan voor een allochtone partner. Want een relatie is natuurlijk tweerichtingsverkeer.” Een van de aandachtspunten is de rol van (gebrek aan) acceptatie van andere bevolkingsgroepen.

“Verder willen we gaan onderzoeken in hoeverre de eerste romantische relatie latere partnerkeuzes beïnvloedt”, vertelt Van Zantvliet enthousiast. Hier is nog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, vooral door gebrek aan goede gegevens. “Maar dankzij de jarenlange deelname van duizenden jongeren aan het YES!-onderzoek, kunnen we hier nu mee aan de slag.”

Wie is…
Pascale van Zantvliet (’s-Hertogenbosch, 1986) behaalde in 2004 haar diploma op het Stedelijk Gymnasium in Den Bosch. Ze studeerde sociologie aan de Universiteit van Tilburg en gedurende een half jaar in Stellenbosch (Zuid-Afrika). Cum laude behaalde zij in 2009 haar mastertitel. In 2015 promoveerde ze in Tilburg. Tijdens haar promotieonderzoek was ze nauw betrokken bij de opzet en uitvoering van het YES!-onderzoek. Sinds eind 2015 werkt ze bij de Universiteit Utrecht als onderzoekster en docent sociologie. Ook is ze datamanager en veldwerkcoördinator van het YES!-onderzoek.

Het YES!-onderzoek
Het YES!-onderzoek (Youth in Europe Survey) is een unieke wetenschappelijke studie, die inzicht geeft in het leven van Nederlandse jongeren en hun opvattingen. Centraal in dit academische, representatieve onderzoek staan ruim zevenduizend jongeren van meer dan honderd middelbare scholen. De deelnemers beantwoorden vragen over thema’s als sociale netwerken, etnische diversiteit, politiek, veiligheid, gezondheid, school, werk en vrije tijd. In 2011 begon de Universiteit Utrecht met het YES!-onderzoek en in 2017 is de laatste onderzoeksronde. Veel jongeren doen sinds hun veertiende of vijftiende jaarlijks mee. Geen enkele andere studie in Nederland volgt zo’n grote groep jongeren zo’n lange periode. En ook hun ouders hebben vragen beantwoord. Zo ontstaat een waardevol en uniek beeld door de tijd. Een rijke bron van informatie, voor bijvoorbeeld wetenschappers en beleidsmakers. En doordat het YES!-onderzoek ook in Duitsland, Engeland en Zweden is uitgevoerd, is het eveneens mogelijk om landen met elkaar te vergelijken.

Lees ook: Zo geven scholen invulling aan burgerschapsonderwijs.

Foto: Sebastiaan ter Burg (Creative Commons Attribution 2.0 Generic).